Dé klimaatvluchteling bestaat niet

Mirjam Vossen, Financieele Dagblad 18 januari 2020

Door klimaatverandering zullen miljoenen mensen op de vlucht slaan, met oorlogen, conflicten en een migratiecrisis tot gevolg, zo klinkt het. Maar de sombere voorspellingen rammelen en apocalyptische scenario’s dragen niet bij aan een oplossing.

Het woord ‘klimaatvluchteling’ is niet meer weg te denken in de berichten over de gevolgen van de opwarmende aarde. Zeespiegels stijgen, droogte en hittegolven nemen toe. Daardoor moeten miljoenen mensen wereldwijd huis en haard verlaten. Klimaatvluchtelingen zijn niet alleen een toekomscenario, volgens de media en hulporganisaties zijn ze er al volop.

Zo meldde de website AfrikaNieuws in november dat het conflict in Burkina Faso ‘een stroom klimaatvluchtelingen’ op gang heeft gebracht. VPRO’s Bureau Buitenland kwam in december met een onlineserie over hedendaagse klimaatvluchtelingen. En hulporganisatie Oxfam portretteert op haar website verhalen van klimaatvluchtelingen uit Somalië en Somaliland, die noodgedwongen vertrokken vanwege extreme droogte.

Duizelingwekkende voorspellingen

De berichten gaan gepaard met soms duizelingwekkende voorspellingen. Het IOM, de International Organisation for Migration, constateerde dat de schattingen van het aantal vluchtelingen in diverse onderzoeken uiteenlopen van 25 miljoen tot 1 miljard. Nieuwsmedia Vice en MSNBC spreken zelfs van 1,5 miljard. De Wereldbank houdt het op 140 miljoen.

Al even onrustbarend zijn berichten over de gevolgen. Volgens de Britse krant The Guardian gaat klimaatverandering leiden tot massamigratie, die dan weer leidt tot conflicten en oorlogen. Het aantal asielaanvragen in Europa zal door deze klimaatvluchtelingen bijna verdubbelen, zo becijferden wetenschappers in tijdschrift Science.

Dit soort scenario’s heeft impact. Inmiddels is 55% van de Nederlanders ervan overtuigd dat er over vijftien jaar een grote vluchtelingenstroom op gang zal zijn gekomen omdat grote delen van de wereld door klimaatverandering niet meer leefbaar zijn. Dat blijkt uit een recent onderzoek in opdracht van RTL Nieuws.

Deze beeldvorming beïnvloedt op haar beurt de politieke discussie. Eind vorig jaar bepleitten de Duitse Groenen dat geïndustrialiseerde landen de deur wagenwijd moesten openzetten voor klimaatvluchtelingen en hen allemaal asiel zouden moeten verlenen. Waarop andere partijen zich haastten om te wijzen op de veiligheidsrisico’s die zo’n vluchtelingenstroom met zich mee zou brengen.

Rammelende voorspellingen

Er is een probleem met deze aanzwellende discussie. De voorspellingen rammelen, het woord ‘klimaatvluchteling’ is misleidend en de apocalyptische scenario’s missen elke wetenschappelijke grond. Dat vertekent niet alleen onze beeldvorming, het ontneemt ons ook het zicht op de vraag hoe we mogelijke problemen rond klimaat en migratie moeten aanpakken.

De verwarring begint bij de term ‘klimaatvluchteling’. Het woord vluchteling suggereert dat het om mensen gaat die acuut huis en haard moeten verlaten. Doorgaans is dat niet het geval. Mensen verhuizen sinds mensenheugenis omdat het klimaat ze niet bevalt. Ze trekken naar oorden met vruchtbaarder grond of meer of minder regenval. Zo trokken onze voorouders zo’n veertigduizend jaar geleden Eurazië binnen, omdat het in Noordoost-Afrika te droog was.

Deze migratie krijgt in het licht van de huidige klimaatverandering een nieuwe betekenis. Al deze migranten heten nu ‘vluchtelingen’. Nu gold dat zonder meer voor de slachtoffers van bijvoorbeeld orkaan Katrina in New Orleans of tyfoon Haiyan op de Filipijnen, die op stel en sprong uit hun huizen werden verdreven. Maar voor veruit de meeste ‘klimaatvluchtelingen’ is van acute nood geen sprake.

Neem bijvoorbeeld de inwoners van Isle de Jean Charles, een smalle heuvelrug ten zuidwesten van New Orleans die wordt omgeven door water. Het eiland wordt langzaam opgeslokt door de Golf van Mexico. In de afgelopen zestig jaar verdween 98% onder water. Een groot deel van de bewoners is inmiddels verhuisd.

Datzelfde gebeurt in Shishmaref, een piepklein eiland voor de kust van Alaska. Toegenomen herfststormen en wassend zeewater slaan steeds grotere delen van het eiland weg en smeltend permafrost erodeert de bodem. De bewoners maken zich op voor verhuizing naar het vasteland. Deze verhuizingen zijn ontegenzeggelijk gedwongen en dat doet veel bewoners pijn. Maar het is ook een proces dat zich over vele jaren voltrekt.

Uitzondering

Bovendien zijn de bewoners van Isle de Jean Charles en Shismaref een uitzondering. Voor hén is een stijgende zeespiegel, veroorzaakt door klimaatverandering, de belangrijkste reden om te migreren. Voor veruit de meeste ‘klimaatvluchtelingen’ ligt dat anders. Mensen migreren doorgaans om een mix van redenen, stellen onderzoekers van het IPCC, het gezaghebbende VN-instituut dat de gevolgen van klimaatverandering in kaart brengt.

Mensen verhuizen op zoek naar economische kansen, om te ontsnappen aan corruptie, of om zichzelf te ontwikkelen. Ongunstige weerpatronen of de kans op overstromingen, kunnen een van de aanjagers zijn. Maar zelden zijn ze de enige of de belangrijkste oorzaak. Volgens het IPCC is er weinig bewijs dat migratie direct optreedt als gevolg van veranderingen in het milieu en de zeespiegelstijging. Van een simpele oorzaak-gevolgrelatie is geen sprake en het woord ‘klimaatvluchteling’ komt in het laatste IPCC-rapport niet voor.

Wie zijn de ‘klimaatvluchtelingen’ dan wel? Soms zijn het kustbewoners die letterlijk met hun voeten in het water dreigen te komen. Soms zijn het slachtoffers van droogtes en tyfoons. Veel vaker zijn het jongeren uit landen als Ethiopië, Laos en Nigeria die geen toekomst voor zichzelf zien als boer in het dorp waar ze zijn geboren.

Die zien dat het land minder opbrengt dan vroeger, maar die ook naar de stad willen omdat daar meer kansen liggen op werk, omdat daar scholen en ziekenhuizen zijn en omdat ze daar kunnen ontsnappen aan knellende tradities als uithuwelijking. Deze ‘klimaatvluchtelingen’ zijn onderdeel van het proces van modernisering en verstedelijking in ontwikkelingslanden dat al decennialang aan de gang is. De impact van klimaatverandering is slechts een van de vele redenen om te migreren, en het is meestal geen heel belangrijke factor.

Voorspellen

Het voorspellen van het aantal ‘klimaatvluchtelingen’ is dan ook een gewaagde, zo niet onmogelijke onderneming. Dat blijkt al uit het feit dat de voorspellingen uiteen lopen van 25 miljoen tot anderhalf miljard. Onderzoekers berekenen die aantallen door te kijken naar gebieden die kwetsbaar zijn voor gevolgen van klimaatverandering, zoals bodemerosie en overstromingen. Ze schatten vervolgens hoeveel mensen gedwongen uit deze gebieden zullen verdwijnen, en tellen dat op tot een mondiaal scenario. Maar zulke studies, zegt het IPCC, zijn op zijn best nattevingerwerk.

Dat geeft op zijn beurt te denken over het meest controversiële element in de berichtgeving over klimaatvluchtelingen: ze gaan leiden tot oorlogen en conflicten en tot ontwrichtingen van samenlevingen. Neem de oorlog in Syrië. Die werd door diverse media, maar ook door de Amerikaanse oud-president Obama, betiteld als ‘klimaatoorlog’. Door aanhoudende droogte, verergerd door klimaatverandering, trokken veel Syriërs naar de stad, zo luidde het verhaal. Dat droeg bij aan de groeiende onrust die uiteindelijk uitmondde in de opstand tegen het regime. Met een steeds warmer wordende planeet zullen dit soort ‘klimaatoorlogen’ alleen maar erger worden.

Maar ook van deze doemscenario’s laten onderzoeken weinig overeind. Want ook conflicten hebben vele vaders, en klimaatverandering is daar op zijn best één van. In een vorig jaar verschenen studie in het tijdschrift Nature schatten elf experts op het gebied van klimaat en conflicten dat de bijdrage van klimaatverandering aan conflicten beperkt is.

In een lijst met 16 risicofactoren voor het ontstaan van conflicten, zetten de experts ‘klimaat’ op de 14e plaats. Ze waren het er unaniem over eens dat andere factoren veel belangrijker zijn: sociaaleconomische achterstand, een falende staat, ongelijkheid tussen groepen en een recente geschiedenis van geweld. Dat betekent niet dat het klimaat geen enkele rol kan spelen.

Zo kan klimaatverandering zonder meer bijdragen aan droogte en misoogsten, die op hun beurt weer kunnen leiden tot economische schokken. Klimaatverandering kan de kwaliteit van water, bodem en gewassen onder druk zetten. Maar volgens de onderzoekers zijn dat geen grote risicofactoren voor het ontstaan van conflicten. Kortom, wie oorlogen wil voorkomen, kan zijn kaarten beter zetten op armoedebestrijding, vredeshandhaving en beter bestuur, dan op het tegengaan van klimaatverandering.

Positief verhaal

Is er dan geen enkele link tussen klimaatverandering en migratie? Die is er wel degelijk. Het IPCC stelt in zijn rapporten onomwonden dat klimaatverandering de omvang en richting van migratiestromen kan beïnvloeden. Maar nergens is bewijs te vinden voor het apocalyptische scenario dat miljoenen op drift geraakte klimaatvluchtelingen tot ontwrichting en conflicten zullen leiden. Intussen blijft een ander verhaal buiten beeld: klimaatgerelateerde migratie kan ook positief uitpakken.

Neem de Mekongdelta, een gebied in het zuidwesten van Vietnam waar de vertakkingen van de Mekongrivier uitmonden in de Zuid-Chinese zee. Het gebied is gevoelig voor zeespiegelstijging, verzilting, overstromingen en tyfoons. Al sinds 2000 bemoeit de Vietnamese overheid zich actief met de hervestiging van mensen uit de delta naar veiliger oorden. In tien jaar tijd verhuisden 1,7 miljoen mensen uit de delta, soms spontaan, soms gepland.

Een studie van de Rotterdamse Erasmus Universiteit wees uit dat dit voor de meeste gezinnen positief uitpakte: hun huisvesting, inkomen en kans op werk verbeterde. Grote steden als Ho Chi Minhstad en Can Tho bleken belangrijke economische trekpleisters. Een onderzoek van het VN-Ontwikkelingsprogramma kwam met gemengde, maar eveneens overwegend positieve resultaten. Voor sommige gezinnen pakte de verhuizing niet goed uit: ze vonden geen werk in hun nieuwe woonwijk, of bleven afhankelijk van hun viswaters en akkers, die nu ver weg waren.

Sommige armere gezinnen raakten in de schulden door leningen voor hun nieuwe huis. Maar voor de meeste migranten verbeterden de leefomstandigheden: een beter huis, en betere toegang tot water, elektriciteit, scholen en gezondheidszorg. Het kwartje, kortom, hoeft niet de verkeerde kant op te vallen. Met goed beleid hebben zowel de vertrekkende als ontvangende gebieden er voordeel van.

Het verhaal van Vietnam laat nog iets zien waar de doemscenario’s geen rekening mee houden: lang niet alle mensen in de Mekongdelta gaan weg. Vooral gezinnen met iets hogere inkomens pasten zich aan. Ze waren in staat om stevige huizen te bouwen en bleven er wonen. En wat geldt voor deze gezinnen, geldt voor mensen wereldwijd: mensen passen zich aan de omstandigheden aan.

In Nederland wapenen we ons al vierhonderd jaar tegen het water, maar ook in armere landen staan de ontwikkelingen niet stil. Van Malawi tot Nepal stappen boeren over op verbeterd zaaigoed en gewassen die beter tegen droogte kunnen. Dat verkleint de kans dat ze willen verhuizen. En neem Bangladesh, ooit het toneel van verwoestende cyclonen en overstromingen. In 1970 maakte cycloon Bohla nog een half miljoen slachtoffers.

Maar de afgelopen decennia versterkte Bangladesh zijn dijken en bouwde het meer dan 3000 betonnen stormschuilplaatsen, goed om 1,8 miljoen mensen beschutting te verschaffen. Early warning systems waarschuwen mensen voor een op handen zijnde cycloon. in 2018 kostte de zware cycloon Mora ‘slechts’ achttien mensenlevens

Het verhaal van klimaatvluchtelingen verdient, kortom, een breder perspectief. Omwille van het klimaat migreren mensen sinds mensenheugenis en hun aantal neemt de komende decennia mogelijk toe. Maar het beeld dat deze ontwikkeling tot een massale en onbeheersbare stroom klimaatvluchtelingen gaat leiden, mist elke wetenschappelijke grond.

De doembeelden leiden bovendien de aandacht af van het andere verhaal: dat mensen en overheden manieren vinden om zich aan het veranderende klimaat aan te passen. En goede geleide migratieprogramma’s maken daar deel van uit.