Hangjongeren die hun moeder missen

Het Financieele Dagblad, 21 september 2019

De Eritrese jongens zitten op een muurtje pal achter Tilburg Centraal en staan bij de trappen aan de voorkant. Ze staren naar voorbijgangers. Niet alleen hun huid is zwart, hun jasjes en broeken zijn dat ook. Hun haren staan recht omhoog. Wanneer het donker wordt, schitteren hun ogen. De jongens maken geen herrie, veroorzaken geen rommel en vallen niemand lastig. Sommige treinreizigers vinden hun stille aanwezigheid een beetje griezelig. Waarom de Eritreeërs juist hier staan, is niet duidelijk. Hebben ze geen andere plek om naartoe te gaan?

Die plek hebben ze. Niet ver van het station, in een oud kantoorgebouw. Op de eerste verdieping staat een poolbiljart en een jonge man bakt injera’s, zure pannenkoeken. Op een scherm spelen video’s met Eritrese muziek. En ik zit met zes Eritrese jongens te eten, uitgenodigd door Aklilo, die ik bij tijd en wijle een handje help met inburgeren.

Gemakkelijk is dat niet. Eritreeërs, de op een na grootste groep vluchtelingen in Nederland, lijken van een andere planeet. Hun taal, het Tigrinya, is raadselachtig. Hun opleiding is laag, de leeftijd jong en de ervaringen die ze meedragen zijn traumatisch. In gruwelijkheid doet het Eritrese regime niet onder voor Noord-Korea. De jongens aan tafel hebben allen een wrede tocht door de woestijn en de Middellandse Zee achter de rug. Liever praten ze over voetbal.

Ik vraag waarom ze toch zo vaak bij het station zitten. Zomaar, zegt Aklilo. ‘Om niet thuis te zijn’, zegt een andere jongen. ‘Je zit alleen maar te denken’, mompelt een derde. ‘Waar denk je dan aan’, vraag ik. ‘Aan mijn moeder’, zegt Aklilo. ‘Wil je haar zien?’

Hij tikt op het scherm van zijn smartphone. Een vrouw met strak achterovergekamd haar verschijnt. ‘En dit is mijn moeder’, zegt de jongen naast mij. ‘Deze is van mij.’ Zes telefoons liggen nu voor me, de foto’s van de moeders staan op ieders startscherm. En plots zie ik wat ik eerder niet zag. Die mysterieus starende en hangende Eritrese jongens, het zijn kinderen die hun moeders missen. Op Tilburg Centraal zoeken ze de warmte van mensen.