Vooruitgang in tijden van corona

World in Progress zag de huidige coronacrisis niet aankomen. Dat deed vrijwel niemand. En het toont maar weer eens aan hoe moeilijk het is om de toekomst te voorspellen. Ging twee maanden geleden nog alle aandacht naar stikstof, de oorlog in Syrië en de energietransitie, nu draait alles en wereldwijd om het coronavirus.

Ook vandaag wil World in Progress mensen inspireren om zich in te zetten voor een rechtvaardige wereld. Daarom blijven we doen wat we altijd al deden: de pandemie in perspectief plaatsen en het signaleren van mogelijke oplossingen. Wat we nooit deden en ook nu niet zullen doen, is de toekomst voorspellen. Want die toekomst ligt open en is het resultaat van wat wij ervan maken.

Gelukkig brak de coronacrisis niet uit in 1990

Achteloos spreken we over ‘sociale afstand’. Volgens Ralf Bodelier mag die term wel op de schop. Vandaag hoeven we alleen nog maar ‘lichamelijke afstand’ te houden. Dertig jaar geleden was dat nog ondenkbaar. Dit opiniestuk schreef hij voor een aantal regionale dagbladen.

Vooruitgang meet je aan het verleden. Hoe stonden we ervoor 30, 50 of 70 jaar geleden?  Gaan we achteruit, staan we stil of boeken we vooruitgang? Welnu: het is april 1990. Een besmettelijke ziekte is uitgebroken en de overheid eist ‘social distancing’, sociale afstand. We zitten thuis en vragen ons af hoe we onze dagen door zullen brengen.

Tv-kijkend wellicht? Vergeet het maar. Van maandag tot vrijdag wordt overdag nog niets uitgezonden. Wie ’s middags het toestel inschakelt, ziet een verzameling kleurige strepen, het ‘testbeeld’. Op weekdagen begint televisiekijken pas na zevenen met drie Nederlandse en enkele Belgische en Duitse zenders. Wel arriveert in 1990 de eerste commerciële zender: Radio Télé Luxembourg, RTL.

Facetimen, skypen of videobellen met familie en vrienden dan maar? Helaas. In 1990 bestaat nog niets van dit alles. Wel is de thuiscomputer er al, maar het ding is nog lang niet verbonden met de buitenwereld. De eerste consumentenbrowser, Netscape, wordt pas in 1993 geïntroduceerd. In 1990 is nog geen email, geen Instagram of YouTube. Geen muziek via Spotify, geen films of series via Netflix. Je kunt nog geen boeken downloaden voor je e-reader. Het bestellen van een pizza, shoarma, sushi via thuisbezorgd.nl is een verre droom. Dat geldt natuurlijk ook voor het kopen van kleren via Zalando.com of legpuzzels via Marktplaats.nl.  

Bij thuisquarantaine is menselijk contact enkel mogelijk via een kaart, brief of vaste telefoonlijn. De smartphone is in 1990 nog een peperdure baksteen met antenne. Een speeltje voor yuppen waarmee je, inderdaad, alleen kunt béllen. En alle gesprekken, ook over de vaste lijn, zijn prijzig, want het telefoonnet is nog stevig in handen van staatsbedrijf PTT.

In 1990 komt thuisquarantaine feitelijk neer op de situatie waarin zich vandaag gevangenen bevinden. Ook nu mogen Nederlandse gedetineerden nog geen gebruik maken van internet. Net als wij in 1990 moeten ze het nog doen met boeken, kranten, eigen muziek en enkele korte telefoongesprekken. Alleen het aanbod op televisie is fors verruimd. Maar een televisie maakt geen contact. Een tv zéndt. Een televisie voelt niets, luistert niet en praat niet terug. Wie is aangewezen op boeken, cd’s en televisie verkeert letterlijk op sociale afstand. Op niemand is het woord ‘social distancing’ dan ook meer van toepassing dan op gevangenen. In feite is er geen betere omschrijving van gevangenschap dan ‘afgedwongen sociale afstand’.

Internet is meer dan luxe en entertainment. Whatsapp en videobellen redden ons niet alleen van sociaal isolement, ze houden ook de economie, het onderwijs en het openbaar bestuur draaiend. Niet alleen bezorgers van pakjes, pizza en HelloFreshpakketten maken overuren. Dankzij de internetrevolutie, is het voor het eerst mogelijk dat scholen hun leerlingen onderwijzen in de huiskamers, dat ambtenaren doorwerken vanaf hun keukentafels en dat veel werkgevers en werknemers niet naar kantoor hoeven om hun bedrijf draaiend te houden.

Ideaal is het niet, maar we blijken prima te kunnen vergaderen, overleggen en studeren zonder in dezelfde ruimte te zijn. Ja, we ontdekken dat we via Zoom en Google Hangouts onze schermen kunnen splitsen en vanuit onze huiskamers feestjes kunnen bouwen, therapeutische gesprekken voeren, kerkdiensten volgen en met anderen van popconcerten genieten.

In 1990 was dat alles nog ondenkbaar. Ook in 2000 was het nog niet veel anders. Facebook is uit 2003, hetzelfde jaar als waarin het eerste Skypegesprek werd gevoerd. YouTube startte in 2005, Spotify in 2008, Whatsapp in 2009, Instagram in 2010, hetzelfde jaar waarin ook de IPad werd gelanceerd. Netflix kwam pas op de markt in 2013.

Tot 20, 30 jaar geleden, zou de impact van ‘sociale distantie’ nog groter zijn geweest. Eenzaamheid had loodzwaar op ons allen gedrukt. Niet alleen de horeca en de winkelstraten waren dan tot stilstand gekomen, ook onderwijzers, ambtenaren, boekhouders en diëtisten hadden werkloos thuis gezeten. In 1990 zou de samenleving volledig zijn stilgevallen. Het is feitelijk wat nu staat te gebeuren in de armste streken ter wereld; in Afrikaanse landen bijvoorbeeld, waar ook alles op slot gaat en internet nog lang niet voor iedereen beschikbaar is.

Het feit dat we in Nederland nog spreken over ‘social distancing’ laat zien dat het kwartje ook bij ons nog niet gevallen is; dank zij de moderne internettechnologie hoeven we in deze tijd van dodelijke besmetting alleen nog maar lichámelijke afstand te bewaren. ‘Sociale afstand’ geldt enkel nog voor de zwaargestrafte bewoners van onze gevangenissen.